Archive for the ‘Dromen’ Category

Een verwarrende nacht

vrijdag, november 18th, 2011

Ik ben in een kroeg en wil plaatsnemen achter een tafeltje. Maar daar tref ik een tafelpartner die ruzie zoekt. Waarom? In de krant bekijk ik een artikel bekeken terwijl de kroegeeignaar wordt gerold. Het is tijd om verder te gaan. Ik fiets bij Wittevrouwen iets na het Griftpark richting het centrum. Ik vind het te ver fietsen en draai om, om toch maar met de trein te gaan. In de verte hoor ik roepen. Het mijn vriendin K. die me uitnodigt om mij met de auto te brengen.

In mijn huis: ik verbaas me omdat het huis heel anders is dan ik het me herinner. Het is een binnenstadslocatie aan een grachtje. De kamers zijn hoog met hoge ramen, waarvan ik me realiseer dat ik de bediening ervan nog nooit heb uitgeprobeerd. Via een ingenieus systeem van katrollen werkt het wonderwel. Maar het blijft tochten. De inrichting van het appartement is avant gardistisch modern. Wat is dat geluid toch? Hangjongeren die luide muziek maken? Nee, er staat een dweilorkest op de kades van het grachtje waar mijn appartement op uitkijkt.

Feesten en fietsen

dinsdag, augustus 30th, 2011

Op Google Earth had ik de locatie al bekeken, ergens in Amerika. Of het een kantoren- of woongebied was kon ik het op het online platform niet ontdekken. Toen ik er uiteindelijk aankwam, bleek het een verlaten kantorenlocatie te zijn waar illegaal feesten werden georganiseerd. Ik had een enorme halachtige plek verwacht, maar in werkelijkheid was het eigenlijk wel een knusse plek. Na een tijdje kwamen er veel mensen aan met de auto en de motor. Tijd om weg te wezen.

In dezelfde stad als de feestlocatie stond ik klaar met de fiets, iemand opwachten. Ondanks de blauwe lucht sneeuwde het gedurende ongeveer een minuut als een gek. Ik denk wel zo’n twintig centimeter sneeuw. Mijn reisgenoot kwam aangefietst. Hij verbaasde zich over de hoeveelheid sneeuw, zeker toen ik hem vertelde dat binnen de minuut was neergedaald.

Tijd om naar het werk te fietsen. Dat voel nog niet mee. Gekscherend zei ik tegen mijn fietsmaatje dat Amerika kennelijk al net van die verwarrende Vinex-locaties heeft als Nederland; altijd verdwalen. Voor ons fietste een scholiere op een rode omafiets. Volgens mijn fietsmaatje moesten we haar maar volgen als we ooit de Vinexwijk uit wilden komen. En verdraaid, zij wist alle tussendoorpaadjes en uiteindelijk kwam na een hachelijk stukje manoeuvreren over een plank over een sloot de uitgang van de Vinexwijk in zicht.

De vogelfluisteraar en andere dromelarijen

maandag, juli 25th, 2011

Met vriendin S. stond ik op een parkeerplaats. Gebiologeerd keken we naar een eksternest. S. attendeerde me op een briefje met ekstertaal. Ik riep een aantal dingen naar de ekster op het nest: ‘goedemorgen’, ‘hoe maakt u het’. De ekster leek dit allemaal te begrijpen, maar reageerde niet.

Toen ik het commando ‘spring!’ van het briefje oplas, sprong de ekster uit het nest en maakte een duikvlucht naar beneden. Net voor de grond trok het beest op en fladderde de parkeerplaats op. Daar werd ‘ie geraakt door een voorbijrijdende auto. Ik schrok daar erg van. De ekster was immers op mijn commando uit zijn nest gesprongen. Het gewonde dier was licht fluorescerend groen. Verschillende lappen vlees hingen er akelig bij en ik kon zijn ingewanden (ook groen) zien. Ik vroeg me af of ik de dierenambulance moest bellen en of dat zin had. Ik voelde me verbonden met de ekster.

Ekster

Volgende droomscene. Mijn middelbare school (het Herman Jordan Lyceum in Zeist) was omgetoverd tot een onderwijsinrichting voor hoger onderwijs. De sessie was voorbij en het moment was bijna aangebroken dat we bij Joost Zwagerman een gesigneerd exemplaar van zijn boekje konden ophalen. Achter mij in de rij sloot Romae-collega G. aan. Het duurde niet al te lang voordat zij zich naar voren gedrongen had. Dat vond ik eigenlijk best onbeschoft, maar ik zei er niets van. Uiteindelijk werd ik er zo chagrijnig van, dat ik uit de rij stapte en besloot om maar op een rustiger moment naar het tafeltje van Joost terug te gaan. Hij zou vast genoeg boekjes bij zich hebben.

Toen ik tussen de tafels doorliep, zag ik dat een student vergeten was om zijn laptop mee te nemen. Ik nam de laptop mee en had niet gezien dat de conciërge Geer Vos (in real life een begrip op het Jordan Lyceum) had opgemerkt dat ik er met de laptop vandoor ging. Hij geloofde mij wel toen ik vertelde dat ik ermee op weg was naar de conciërgekamer.

Een warrige nacht

donderdag, juli 21st, 2011

Een droomrijke nacht zorgde weer voor de nodige verbazing. Het begon met de Utrechtse dichter J. die mij omstandig zijn nieuwste fotoboeken toonde. Ik was een beetje terughoudend. Een dichter moet immers gedachten maken zo vond ik?

Meer geïnteresseerd was ik in de werkzaamheden van de eveneens Utrechtse dichter I. Deze verleende zijn medewerking aan Swiebertje de movie. Ik sloeg hem gade tijdens het filmen. I. zat in een tropisch zwembad, omringd door knappe, naakte vrouwen. Ik vroeg me af of dit een scene was die thuishoort in een brave kinderfilm.

Het was 6 uur. Ik zou het pand van mijn werkgever verlaten na een bespreking met collega E. Tot mijn verbazing kwam ik op de weg naar buiten collega R. tegen, die juist aankwam terwijl ik weg zou gaan. Van mijn Houtense vriend J. had ik de auto geleend. Deze stond geparkeerd in een schuur in een oud wijkje van de stad met heel smalle straatjes. Voordat ik de auto uit de opslag zou gaan halen, ging ik eerst maar eens op verkenning in de wijk om te kijken wat de meest geschikte route was om ervoor te zorgen dat ik niet helemaal vast zou lopen in die smalle straatjes en stegen.

De droomscene gaat naadloos over naar Driebergen. Daar sta ik op het punt om met mijn nicht J. op de fiets te springen om naar de film te gaan. Mijn oom G. heeft een vuilwitte opoefiets waar ik op mag fietsen. De fiets stond nog op slot. Oom G. maakte een samenzweerderig gebaar (sst.. niet verder vertellen) en liet zien hoe ik het slot met een gebogen takje kon openen. Ik kon op pad. Maar nicht J. had al een behoorlijke voorsprong in het inmiddels donkere dorp. Ik kon haar maar slecht bijhouden en was op een gegeven moment in een wirwar van straatjes, pleinen en trappen het spoort helemaal bijster. Uiteindelijk stond ik middenin een woonkamer van een verbaasde familie. Ik had me helemaal vastgereden.

Op kantoor

maandag, mei 23rd, 2011

Ik ben op kantoor en moet het werk overnemen van een collega. Dat valt nog helemaal niet mee, want het is een moeilijke klus. Ik moet een bepaald soort werkbladen controleren. Dit vereist veel handmatig rekenwerk en daar ben ik niet zo goed in. Even verderop zit mijn chef. Hij geeft sarcastische commentaren.

Als ik op mijn horloge kijk, zie ik tot mijn schrik dat het al na een uur is. Aan het stapeltje gecontroleerde werkbladen te oordelen, zou het veel vroeger moeten zijn. Maar na een uur, dat betekent dat de kantine niet lang meer open is. Ik moet dus nodig een broodje halen.

De standaardroute naar de kantine-voorziening is saai, dus ik besluit een omweg te nemen. Door het bos. Als ik door het bos loop, ben ik onzeker of ik de juiste beslissing heb genomen. Kan ik via deze omweg de kantine wel bereiken en hoever is het?

Aangevallen door een hond

Ik bereik de bosrand en heb in het algemeen weer een idee welke kant ik op moet. Aan de bosrand word ik lastiggevallen door een venijnig keffend hondje. Dan schrik ik wakker…

Liquorice from heaven

dinsdag, mei 10th, 2011

Een moderne versie van het aloude koekhappen, daar is het nog wel het beste mee te vergelijken. Aan de helikopter die boven de tuin van mij vader cirkelde, was een lange draad verbonden met een stuk drop daaraan. Het idee was om het stuk drop onder een tak te haken, zodat het zou openspringen en en ik het kon oppakken en opeten. Dat lukte.

Omdat het een dure grap is om een helikopter lang rond te laten vliegen, stapte de filmploeg van RTV Utrecht via een aantal stevige takken op de grond om mijn pa en mij te interviewen. Dat het stuk drop opgehengeld was, moest immers in een reportage worden vastgelegd.

Wij waren nog in nachtkleding gehuld! Snel spoedden we ons naar binnen om nette kleren aan te trekken voor het interview. Maar het aankleden lukte helemaal niet. Ik worstelde met de kleren en ik wist dat de tijd drong. Uiteindelijk had ik m’n kleren aan en worstelend met mijn shirt snelde ik weer naar buiten richting de crew van RTV Utrecht. Pa was inmiddels ook klaar en onderweg.

*De wekker gaat*

 

dinsdag, mei 3rd, 2011

Een basis op de maan is een behoorlijk Spartaanse aangelegenheid. Je kunt het nog wel het beste vergelijken met een mijn zoals die gewoon bij ons op Aarde voorkomt. Ik ben getuige van een veiligheidsoefening, waarbij men traint voor eventualiteiten.

Afbeelding van een klassieke SF-serie die speelt op de Maan

In de volgende scene bevind ik me in een enorm complex, het lijkt een beetje op een centraal plein van een modern winkelcentrum. Al dat gedoe over die benauwde, primitieve maanbases is nep! Al jaren zijn er heel luxueuze voorzieningen op de maan.

In de laatste scene van de droom is de maanbasis als bij toverslag vervangen door de setting van de Dorpsstraat in Zeist, ter hoogte van hotel Figi. Met mijn vader en moeder sta ik op de bus te wachten. Maar omdat we de vorige keer met een familielid zijn meegereden kunnen we vandaag de taxi wel nemen.

De taxi die we nemen is een enorme zwarte limousine. Hoewel het een grote auto is, passen alle spullen er maar net in en moet ik een en ander aandrukken om het portier te kunnen sluiten. Terwijl ik het portier probeer te sluiten, maakt de taxi een scherpe draai op de Dorpsstraat. Dan word ik wakker.

Terug in de tijd

maandag, mei 2nd, 2011

En zo bevind je je ineens in een voertuig ten tijde van de tweede wereldoorlog. Ik herinner me niet meer of dit een trein, een auto of een bus was. In ieder geval konden we vanuit dit voertuig goed naar de lucht kijken. Daar vlogen de vliegtuigen af en aan.

Ook exotische types vliegtuigen! Een ervan kwam snel naar ons voertuig toe! Ik wist dat dit een straaljager moest zijn, maar vreemd was dat wel, vond ik. Die bestonden immers in de 2e wereldoorlog nauwelijks nog. Nog vreemder was dat de straaljager die op ons afkwam aankoppelde en ons voertuig met duizelingwekkende snelheid met zich meevoerde. Ik zag de verwrongen gezichten van de bestuurders van ons voertuig, als gevolg van de enorme g-krachten die er optraden.

We kwam uiteindelijk terecht bij een Duitse basis. Wat voor basis is in de schimmen van mijn droom achtergebleven. Wel herinner ik me nog dat we er vrij rond konden lopen en dat er iets wetenschappelijks aan de hand was.

De laatste droomscene voordat ik wakker werd was dat ik met een aantal personen rondom een futuristisch kanon stond. Met dit kanon schoot iemand projectielen af.

Futuristisch vliegtuig uit WO2

In Zeist

donderdag, april 21st, 2011

In Zeist moet je wezen. Toch? Vriend A. had in ieder geval het busje opdracht gegeven om te stoppen in de buurt van de kruising Laan van Beek en Rooijen en de Arnhemse Bovenweg. Daar zouden wij opgepikt worden. De chauffeur van het busje was een mopperkont. Aangekomen op de rotonde van de genoemde kruising kreeg het busje voorrang van een fietsster, terwijl deze eigenlijk door mocht fietsen. En dan is het wéér niet goed! De chauffeur gaf in mijn ogen onterecht commentaar hierop.

Laan van Beek en Rooijen

Een stukje verderop zag ik een weiland met koeien. Erg vreemde koeien, omdat deze alleen uit het achtergedeelte bestonden (achterpoten en kont) met een koeienhoofd erop. Dat zie je niet elke dag. Het is jammer dat ik niet tekenen kan, ik zie de vreemde gedrochten nog voor me. Denk een beetje aan een kangoeroe met de ‘striping’ van een koe en uiteraard een koeienkop erop.

Op de kruising Slotlaan Steijnlaan stapte ik uit het busje, op weg naar de bioscoop. De film was al begonnen. Het beeld had een vreemde, vervormde kwaliteit. Een beetje zoals een vlieg de wereld bekijkt door haar facettenogen, maar dan in kleine vierkanten, alsof het beeld via vele duizenden kleine monitoren tot stand kwam. Wat echter de doorslag geef bij het bioscooppubliek om weg te lopen, was het feit dat film in Duitse nasynchronisatie werd afgespeeld.

Ik liep de Steijnlaan op. Daar bleek ik een stukje voor J. te lopen, de vrouw van mijn neef L. Zij had mij niet in de gaten, maar ik haar wel. Ze klaagde dat er geen treinen reden, maar wat een onzin. Ik zag de treinen even verderop immers gewoon rijden. In het midden van de Steijnlaan moest ik via een stijl pad naar beneden een stukje braakliggend terrein op. Daarachter lag de eigenlijke Steijnlaan. De atmosfeer was broeierig. Er was onweer op komst.

Van studentenopstanden, industriële kastelen en breiwerkjes

donderdag, april 14th, 2011

Op de een of andere manier komt in mijn dromen vaak het gebied rondom de Utrechtse Beerenkuil in beeld. ‘But not as we know it’… Deze keer werd de omgeving van de Beerenkuil gekenmerkt door een wat desolaat post-industrieel karakter. Daar bekeek ik geïntrigeerd een gevel van een oud industrieel gebouw waarvan ik de letters maar moeilijk kon ontcijferen. Ik meende de letters ‘plastic’ te zien, maar dat was wel een beetje mal voor oude industrie.

Terwijl ik de gevel aan het bestuderen was, zwol in de buurt een behoorlijk geroezemoes aan. Er was weer eens studentenopstand. De leiders van de opstand liepen druk brullend op straat en er was een grote menigte toeschouwers toegestroomd. Ik mengde me ook tussen het publiek en was behoorlijk incognito door het breiwerkje dat ik bij me had.

Nog even later was ik in een gebouw waar de oproerende studenten hun tijdelijk hoofdkwartier hadden ingericht. Lekker incognito door mijn breiwerkje uiteraard. Toen ik het gebouw weer uitstapte werd ik aangesproken door een meisje dat ik kende. Zij vroeg me wat er hier aan de hand was. Ik antwoordde dat ik er niet bij hoorde en dat ze die vraag maar aan een ander moest stellen. Een stukje buiten het gebouw werd ik geholpen door een vriendelijk persoon die mij een uit het breiwerkje gevallen naald overhandigde.

Scene uit 'Brazil'

Even verderop trof ik een gigantisch industrieel kasteel. Het deed een beetje denken aan de beelden uit de film ‘Brazil’ van Terry Gilliam. Ik keek omhoog via een misschien wel 100 meter hoge trap. Helemaal aan het einde kon ik het straatniveau zien, de Amsterdamse Straatweg in Utrecht. Ik aarzelde of ik de trap zou nemen of de lift. Het was immers een wat duistere buurt. Uit de lift kwam een persoon. Gelukkig: geen raddraaier of sjappie.